Agroecology in action: een daverend succes!

18 november 2015

Met 175 inschrijvingen uit heel het land, werd de eerste editie van Agroecology in Action een daverend succes. Deze transdisciplinaire agroecology meeting (TAM) was de eerste praktijkgerichte studiedag over agro-ecologie in Vlaanderen.

GIRAF, een werkgroep van Vlaamse en Waalse onderzoekers die zich bezighouden met agro-ecologie, organiseert al enkele jaren een studiedag onder de naam Belgian Agroecology Meeting (BAM). Omdat de onderzoekers de nood voelden om ook vanuit de praktijk na te denken over agro-ecologie organiseerden ze samen met het Leerplatform Agro-ecologie (leden 2015: ULB KULeuven, ILVO, Wervel, Velt, BioForum Vlaanderen, VLM-Sagiter project, Vredeseilanden, BBL, Broederlijk Delen, Oxfam, Brabantse Milieufederatie-NL, RESAP) de dag ervoor de TAM. 

Professor Marjolein Visser (ULB) merkte in haar openingswoord niet minder dan vier primeurs op: niet alleen was het de eerste praktijkgerichte studiedag over agro-ecologie in Vlaanderen, alles was meteen tweetalig, er waren meteen 175 geïnteresseerden - een verdubbeling ten opzichte van het jaar voordien -  en voor het eerst werden boeren dus ook aan het woord gelaten. 

Zo begon de dag met een getuigenis van boer Dany Dubois. Die nam zo’n 20 jaar geleden, eerder uit patrimoniale bekommernis, het bedrijf van zijn ouders over: een gemengd bedrijf met 30 ha dat voornamelijk produceerde voor de industrie en daar net genoeg inkomen uithaalde. Een ernstig gezondheidsprobleem zette hem aan het denken. In dik 15 jaar en met veel eigen zoek- en experimenteerwerk gooide hij het bedrijf om. Vandaag heeft hij een kudde Salers-vleeskoeien en een kudde Jersey-melkkoeien. Beide rassen zijn erg zelfstandig en kunnen goed om met ruwvoer. Zijn dieren grazen buiten van eind februari tot half december. Wat startte met een economische motivatie – hoe een bedrijf van 30 ha rendabel maken? – wijzigde gaandeweg in een agro-ecologische motivatie – hoe autonoom kwaliteitsvolle producten leveren aan de klanten uit de buurt?

Zijn getuigenis zette meteen de toon van de TAM-meeting volgens Denise Van Dam (UNamur). Hij blijkt een typische ‘groene innovator’, wiens bedrijfsvoering en zoektocht naar verbreding volledig past binnen een ideologische overtuiging. Groene innovatoren zijn vaak tuk op techniek en machines, maar enkel op voorwaarde dat deze ten dienste staan van de vooropgestelde waarden. Zelf experimenteren is kenmerkend.

Voor Erwin Wauters, landbouweconoom bij het ILVO, is Dany’s verhaal een mooie illustratie van hoezeer boeren in het klassieke systeem kunnen ‘vast zitten’, wanneer de hele professionele omkadering hetzelfde verhaal predikt (‘lock-in’). Een boer die op een andere manier aan de slag wil, moet zeer veel zelf doen en creëren. Hij benadrukt dat een agro-ecologische aanpak geen terugkeer is naar het verleden en een bedrijfstransitie gauw tien à vijftien jaar in beslag neemt. Dat het anders moet dan vandaag, bewijzen de cijfers: er is vandaag genoeg eten voor 10 miljard mensen. Toch genieten 4 miljard mensen geen goed dieet: 0,8 miljard is ondervoed, 1,9 overgewicht en 1,3 slecht gevoed.

WORKSHOPS
Met deze intro in de materie startten de workshops. In de voormiddag vonden vier workshops plaats, we geven telkens een korte samenvatting. 

1/ Boeren en burgers mobiliseren
De Nederlandse voorbeelden Voedsel Anders en Bodem Anders gaven concrete tips voor een campagne in Vlaanderen: verbinden, brede perspectief meenemen en genoeg tijd voorzien. Mede door de getuigenissen uit eigen land suggereert de workshop een positieve campagne, die direct contact tussen boer en burger realiseert en concrete verhalen brengt.

2/ Uitwisseling praktijkkennis
Voor een agro-ecologische benadering en opschaling is kennis en kennisuitwisseling cruciaal. Vervolgens het ‘kunnen’: het toepassen van de kennis. Het valt op in hoeveel verschillende domeinen een boer thuis moet zijn om zijn bedrijf goed te runnen.

3/ Pionieren met boslandbouw
Boslandbouw kent vele gezichten. Bomen en struiken kunnen op vele manieren worden ingezet. Starten met boslandbouw vergt investeringen die pas na meerdere jaren renderen. Idealiter kan een bedrijf met boslandbouw de lokale consument betrekken. Dat betekent een zoektocht voor de boer om nieuwe producten te vermarkten. Of een compensatie voor de boer vanuit de (lokale) overheid voor koolstofcaptatie.

4/ Alternatieve voedselnetwerken als drijvende kracht
Vele boeren experimenteren al met voedselnetwerken. De workshop formuleerde vijf uitdagingen: a) kennisuitwisseling, b) autonomie, c) identiteit (wie mag zich agro-ecologisch noemen?), d) hoe opschalen en e) hoe de band tussen boer en burger versterken. De workshop reflecteerde over de essentie van korte keten: is korte keten te definiëren aan de hand van het aantal tussenschakels, de winstmarge van de boer of de mate waarin de consument de totstandkoming van zijn product nog kent.

NAMIDDAG
Een biologische lunch met soep, broodjes, salade en dessert verzorgd door Geert Groffen, bracht nieuwe energie voor de namiddagsessies.

5/ Samenwerken voor bodemvruchtbaarheid
Deze workshop bracht de deelnemers naar de percelen van boeren Tom en Brecht. Karen Van Campenhout, onderzoeker aan KUL en specialist bodemkunde, gaf tekst en uitleg over bodemprofielen.Er werd een put gegraven op een perceel dat reeds 9 jaar biologisch wordt bewerkt en een put op een perceel dat pas in omschakeling is naar bio. Op het biologische perceel is de bovenste laag (zo’n 40 cm) donkerbruin, kruimelig, vol met kleine beestjes en dooraderd met gangen van regenwormen. Het perceel in omschakeling, waar het graven veel moeilijker was door verdichting van de bodem, heeft die bovenste laag niet. Op de percelen wordt geëxperimenteerd met stalmest vermengd met natuurmaaisel van een biologisch veehouder. Metingen van Ilvo tonen aan dat een dergelijke samenwerkingsverband kansen biedt voor alle partijen. Helaas stimuleert het beleid het gebruik van kunstmest en remt het composteren af.

6/ Agro-ecologie als antwoord op crisis
Om een antwoord te kunnen formuleren, moet de agro-ecologische beweging opschalen. Kleine initiatieven moeten van onderuit groeien tot lokale voedselstrategieën. Daarbij is het belangrijk dat vele actoren betrokken worden (boeren, vrouwen, jongeren, internationale instellingen, lokale autoriteiten…) en dat we zelf blijven bepalen wat agro-ecologie inhoudt. Op de vraag of agro-ecologie kan bestaan naast andere landbouwmodellen, drukt de workshop haar twijfels uit.

7/ Stadslandbouw
Stadslandbouw is een verzamelnaam voor veelsoortige initiatieven, in en rond de stad. De vraag is hoe stadslandbouw kan bijdragen aan agro-ecologie en hoe stadslandbouw agro-ecologisch kan zijn. Stadslandbouw kan misschien niet de stad voeden, maar heeft wel een ecologische, sociale, educatieve meerwaarde. Een open blik is nodig, want innovatoren houden geen rekening met opgelegde kaders. De workshop suggereert om een voorbeeld van stadslandbouw op te nemen in de komende Vlaamse koepelcampagne. Tot slot leggen de deelnemers de nadruk op de voor voeding vereiste kwaliteit van de bodem, wat in een stad niet evident is. Ze zetten daarvoor hun hoop op de lokale overheden: we willen immers geen grijze stad in een agro-ecologisch landschap?

8/ Van zaad tot brood
De workshop brengt de deelnemers naar de molen van de abdij van het park. Verschillende actoren werken samen met als centrale drijfveer: kwaliteit. En in alle stappen van het proces van zaad tot brood, werpt de zoektocht naar kwalliteit vragen op: welke zaadvariëteiten gebruiken? Hoe dicht zaaien op het veld? Hoe het graan correct vermarkten? Hoe de kwaliteit van het graan (en de vitamine B) behouden tijdens het maalproces? Hoe bakken met het bekomen meel? Er valt nog veel te ontdekken!

Met een korte verslaggeving van alle workshops rondde de eerste TAM-meeting de dag af.

Agroecology in Action


Foto: Lisa Develtere