Biologische fruitteelt is écht milieuvriendelijk

29 augustus 2017

Vanaf september zijn 'de eerste residuvrije peren' te koop bij Carrefour. Nochtans worden de peren niet geteeld zonder pesticiden. De biosector verkiest een teelt zonder chemisch-synthetische middelen voor een écht milieuvriendelijke aanpak.

RESIDUVRIJE PEREN, GETEELD MÉT PESTICIDEN
Vanaf begin september zullen er bij Carrefour residuvrije peren te vinden zijn. Carrefour bedoelt daarmee dat er geen meetbare residuen van pesticiden op de peren zullen gevonden worden. Wat de supermarktketen in het midden laat is of er bij de teelt van de residuvrije peren chemische pesticiden en/of kunstmest worden gebruikt. Uit navraag blijkt dat tijdens de teelt wel degelijk chemisch-synthetische gewasbescherming wordt gebruikt. Het lastenboek (= de productieregels die de teler moet volgen) is echter niet openbaar. Een echte vergelijking met bio is dus niet mogelijk.

Zoals een van de perentelers zelf aanhaalt in de media worden de ‘residuvrije’ peren minder bespoten. Dat bespuiten gebeurt eerder aan het begin van de teelt, zodat de residuen aan het einde van de teelt ‘niet meer detecteerbaar’ zijn.

Het lijkt erop dat Carrefour vooral kopers wil overtuigen die begaan zijn met hun gezondheid en beducht zijn voor eventuele residuen op hun fruit.

Voor de biosector is het thema milieu ook erg belangrijk. Alle chemische bestrijdingsmiddelen dringen immers  door in de bodem en het leefmilieu. Daar hebben ze een nefaste invloed op het bodemleven en de biodiversiteit. Ook grond- en drinkwater worden door deze pesticiden vervuild en het kost behoorlijk wat (belasting)geld om het water weer te zuiveren.

BIO = MILIEUVRIENDELIJK PRODUCTIEPROCES
Dat is alvast een wezenlijk verschil met de biologische landbouw. In bio streeft men niet enkel naar een eindproduct dat residuvrij is, maar naar een productieproces dat duurzaam en milieuvriendelijk is. Biologisch fruit is het resultaat van een zorgvuldige teeltmethode waarbij het gebruik van chemisch-synthetische pesticiden volledig verboden is. Ook kunstmest is uit den boze, want dat verstoort het bodemleven.

De biologische teler probeert ziekten en plagen in de eerste plaats te vermijden. Het bodemleven is daarbij een onzichtbare, maar zéér belangrijke partner. Om plagen te vermijden bemest de boer zijn grond met compost en dierlijke mest, en kiest hij voor een variatie aan sterke rassen. Zo teelt de bioboer fruit met een minimale ecologische impact.

Het gebruik van natuurlijke vijanden zoals torenvalken om muizen te bestrijden of oorwormen om bladluizen te verdelgen, waarvan de perentelers van Carrefour gewag maken, is niet nieuw. Deze technieken worden in de biologische landbouw en in de geïntegreerde teelt al decennialang gebruikt.

Zolang men enkel oog heeft voor een residuvrij eindproduct, zal men niet komen tot een echt duurzame teelt.

BIO = CONTROLE BIJ ELKE SCHAKEL
Bedrijven uit de biologische sector worden elk jaar grondig gecontroleerd, bij elke schakel opnieuw. Erkende controleorganisaties voor bio nemen stalen, zowel van de gewassen als van de bodem. Ze controleren deze stalen op de aanwezigheid van pesticidenresidu's. Overschrijdt een staal een bepaalde limiet, dan wordt het betreffende lot producten gedecertificeerd en mogen deze producten niet langer als bio verkocht worden. De biologische sector garandeert dus niet alleen een ecologische teelt, maar ook een uitvoerige controle, door onafhankelijke controle-organisaties. 

BIO GAAT VERDER!
Als biosector kunnen we initiatieven die het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de conventionele fruitteelt verminderen, alleen maar aanmoedigen. Maar een residuvrij eindproduct garandeert nog geen duurzame teelt. De normen voor de biologische teelt zijn streng, allesomvattend en openbaar en gaan verder dan het verbieden van het gebruik van chemisch-synthetische pesticiden.

Bron: Biojournaal, eigen verslaggeving

Nieuwsfoto: Kobe Van Looveren, Fruitbedrijf van Eykeren