Nieuwe indeling van gangbaar uitgangsmateriaal voor bio

29 november 2017

Er zijn nieuwe regels van kracht voor het gebruik en de indeling van niet-biologische zaden en pootaardappelen in de biologische landbouw. Zo wil het Departement Landbouw en Visserij de procedure voor de indeling van gewassen en gewassubgroepen versoepelen.

Op 18 november trad een nieuw ministerieel besluit in werking dat de buitengewone productievoorschriften vaststelt voor het gebruik van gangbare zaaizaden en pootaardappelen in de biolandbouw, waar het uitgangsmateriaal in principe ook biologisch opgekweekt moet zijn. 

De principes van de niveaus en de indeling in niveaus blijven met het nieuwe besluit quasi behouden. Voor gewassen en gewassubgroepen op niveau 1 wordt aan de biolandbouwer geen vergunning voor gebruik van niet-biologisch teeltmateriaal toegestaan, met uitzondering van een gebruik voor onderzoek, kleinschalige veldproeven of de instandhouding van een ras. Voor de gewassen en gewassubgroepen van niveau 2 blijven de beperkingen gelden zoals in het verleden: een individuele vergunningsvraag voor het gebruik van niet-biologisch materiaal blijft mogelijk na motivering. De bijlage bij het besluit bepaalt welke motiveringen aanvaard kunnen worden.

De lijst van niveau 3 bevat alle gewassen en gewassubgroepen die niet in niveau 1 of 2 opgenomen zijn en waarvoor dus geen of quasi geen biologisch aanbod bestaat. Voor gewassen en gewassubgroepen op niveau 3 volstaat de indiening van een eenvoudige melding van het gebruik van niet-biologisch materiaal bij het biocontroleorgaan.

De indeling in deze niveaus gebeurt op basis van een beoordeling van een al dan niet voldoende groot en voldoende divers beschikbaar aanbod van biologische zaden en pootaardappelen (in de eerste plaats op de databank www.organicxseeds.be). De zaadproducenten en zaadhuizen worden hierbij aangepord om hun biologisch aanbod voor België op deze databank te plaatsen en actueel te houden.

Voor deze beoordeling doet de overheid een beroep op het advies van experten uit de sector, biolandbouwers en zaadproducenten en zaadhuizen. Begin november had een expertgroep plaats, een gezamenlijke organisatie met de Waalse overheid, waarop de nieuwe indeling op basis van het nieuwe aanbod voor het nieuwe seizoen werd besproken. Op basis van dit advies legden de Vlaamse en Waalse overheid dezelfde nieuwe indeling vast.

Voor de biolandbouwers verandert er met deze regels enkel iets, wanneer de indeling van één of meer van zijn of haar geteelde gewassen nu gewijzigd is. Eventuele wijzigingen worden bij het raadplegen van de databank automatisch zichtbaar, omdat de mogelijkheid tot het indienen van een vergunningsaanvraag hierop afgestemd is. De aanvraag zelf wordt zoals vroeger beoordeeld door zijn of haar biocontroleorgaan.