Nieuwe bioverordening in zicht

22 november 2017

Drie jaar na het begin van het herzieningsproces heeft de Europese Landbouwcommissie vandaag de nieuwe bioverordening goedgekeurd. Na goedkeuring door het Europees Parlement kan die in 2021 in werking treden. BioForum Vlaanderen zet de belangrijkste discussiepunten op een rij.

GEEN SUBSTRAATTEELT IN BIO
Het basisprincipe dat biologische teelt in volle grond moet gebeuren, blijft behouden. Enkel volgende uitzonderingen worden toegelaten:

  1. Kiemgroente en witlof mogen op zuiver water getrokken worden 
  2. Sierplanten en kruiden mogen in pot gekweekt worden als ze met pot aan de consument verkocht worden
  3. Plantgoed mag in pot gekweekt worden 
  4. Omwille van klimatologische omstandigheden zijn in Denemarken, Zweden en Finland teeltsystemen ontstaan waarbij de teelt in ‘verhoogde’ bedden gebeurt. De tekst voorziet dat deze vorm van substraatteelt tegen 2030 wordt stopgezet. Tot die tijd is er bovendien een ‘standstill’ want enkel de reeds gecertificeerde oppervlakten mogen op deze manier blijven telen. In 2025 zal de Commissie deze teeltpraktijk evalueren en mogelijks een nieuw wetsvoorstel hieromtrent uitwerken.

Bovengenoemde uitzonderingen werden reeds toegepast in de praktijk en worden nu expliciet beschreven in de wetgeving.

BETERE MARKTTOEGANG BIOLOGISCH ZAAD
Het op de markt brengen van 'biologisch heterogeen materiaal' (dat niet voldoet aan een rasdefinitie) is toegestaan onder voorwaarde dat die wordt onderworpen aan een lichte toets door de nationale bevoegde autoriteiten.
Voor 'biologische rassen geschikt voor biologische productie' zullen tijdelijke experimenten worden opgestart waarbij onder specifieke voorwaarden zal worden afgeweken van de bestaande zaaizaadregelgeving.
Deze veranderingen m.b.t. zaaizaad zijn positief, want ze zullen ongetwijfeld leiden tot meer beschikbaarheid van zaaizaad en uitgangsmateriaal dat beter geschikt is voor de biologische landbouw.

UITZONDERINGEN DOVEN GELEIDELIJK UIT
Na 2035 zouden geen uitzonderingen meer mogelijk zijn voor het gebruik van niet-biologisch plantaardig uitgangsmateriaal en niet-biologische dieren. In 2026 zal de Commissie een rapport opstellen en naargelang de beschikbaarheid van biologisch zaaigoed en biologische dieren kan de termijn ingekort of uitgesteld worden.

Daarnaast moet elke lidstaat zorgen voor een systeem waarbij kosteloos en op vrijwillige basis de bedrijven aangeven wat ze beschikbaar hebben aan biologisch plantaardig uitgangsmateriaal en biologische dieren.
Het gebruik van een databank voor zaaizaad en aardappelpootgoed was al verplicht in de huidige wetgeving. Deze regel wordt dus verder uitgebreid tot alle plantaardig uitgangsmateriaal en ook dieren.

GEEN DREMPELWAARDEN VOOR RESIDU'S
BioForum Vlaanderen betreurt dat er geen drempelwaarden worden ingevoerd voor de aanwezigheid van residuen van pesticiden. Lidstaten (zoals België) die wel een drempelwaarde toepassen, mogen dit echter blijven doen, mits ze hun markt niet sluiten voor producten uit andere lidstaten.

Bedrijven moeten voorzorgsmaatregelen treffen om verontreiniging te vermijden. In geval van aanwezigheid van een residu mag het product niet als biologisch op de markt gebracht worden vooraleer een onderzoek is gebeurd. In 2025 zal de Commissie een rapport opstellen over de doeltreffendheid van deze maatregelen evenals de nationale drempelwaarden en kan een nieuw voorstel tot verdere harmonisatie volgen.

STRENGERE IMPORTREGELS
Het huidige importsysteem is gebaseerd op erkende derde landen en erkende controleorganen die biologische producten certificeren volgens regels die 'gelijkwaardig' zijn aan de Europese regels. Onder de nieuwe Verordening zullen enkel die derde landen waarmee er een wederzijds handelsakkoord is, hun erkenning van gelijkwaardigheid kunnen behouden. De controleorganen zullen enkel nog volgens het ’overeenkomst-systeem erkend worden, waarbij producten aan exact dezelfde regels als in de EU moeten voldoen. De Europese Commissie kan wel toestemming verlenen voor het gebruik van bepaalde producten en stoffen in derde landen om toch rekening te houden met specifieke klimaatcondities en lokale voorwaarden.

Het is nog onduidelijk of het veranderen van ‘gelijkwaardigheid’ naar ‘overeenkomst’ concrete gevolgen zal hebben in de praktijk.

GROEPSCERTIFICERING WORDT MOGELIJK
Groepscertificering wordt mogelijk onder bepaalde voorwaarden. De groep moet een rechtspersoonlijkheid hebben. De productie van de groepsleden moet plaatsvinden in elkaars geografische nabijheid. De groep heeft een gemeenschappelijk marketingsysteem en een intern controlesysteem. Elk lid produceert op een bedrijf van maximaal 5 ha (of 0,5 ha beschutte teelt of 15 ha permanent grasland). De omzet van de biologische productie van elk lid bedraagt max € 25.000.

Voor kleine landbouwers vallen de controlekosten en de administratieve lasten die met biologische certificering gepaard gaan, verhoudingsgewijs hoog uit. In theorie zou groepscertificering hierop een antwoord kunnen bieden, doch gezien de definitie van een groep zal dit in de praktijk mogelijks weinig toepasbaar zijn.

CONTROLE
In de huidige Verordening is voorzien dat alle marktdeelnemers jaarlijks minstens 1 fysiek controlebezoek moeten ondergaan. De nieuwe Verordening voorziet hierop een uitzondering. Bij laag-risico-bedrijven waar gedurende de laatste 3 jaar geen ernstige tekortkomingen zijn vastgesteld, kan de controlefrequentie verlaagd worden tot eens om de 24 maanden. BioForum Vlaanderen hoopt dat dit niet zal leiden tot een uitholling van het controlesysteem.

CONCLUSIE
De abrupte aanscherpingen zoals voorzien in het initiële voorstel van 2014, zijn grotendeels afgezwakt waardoor er min of meer van een status quo gesproken kan worden. De concrete details (zoals de lijsten met toegelaten gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen en additieven) zijn bovendien nog niet bekend omdat deze nog door de Commissie moeten vastgelegd worden in gedelegeerde en uitvoeringshandelingen.

BioForum Vlaanderen heeft zich steeds kritisch uitgelaten over het nieuwe wetsvoorstel. Er zitten nog steeds onduidelijkheden en tekortkomingen in de tekst, maar we zijn wel opgelucht dat het einde van dit lange proces in zicht is en dat een aantal knelpunten opgelost zijn geraakt.