Ook Waalse versie van Convenant Robuuste Aardappelrassen getekend

30 november 2018

Op dinsdag 27 november werd op Interpom in Kortrijk, het convenant robuuste aardappelrassen ondertekend, door 37 partners uit de biologische aardappelketen uit Wallonië, Vlaanderen en Nederland. Ook de Waalse minister van landbouw René Collin heeft het convenant ondertekend.

In navolging van eerdere initiatieven in Nederland (augustus 2017, door Bionext) en Vlaanderen (juli 2018, door BioForum Vlaanderen) kwamen nu de partners uit de Waalse biologische aardappelketen bij elkaar om het gebruik en de ontwikkeling van robuuste aardappelrassen te stimuleren.

Het doel is om tegen 2021 100% robuuste rassen te gebruiken in de biologische aardappelketen. Dat wil zeggen, rassen die resistent of zeer tolerant zijn voor de aardappelziekte (Phytopthora infestans). En zodoende misoogsten door de aardappelziekte, zoals in 2016, te voorkomen en tegelijkertijd het gebruik van koper in de biologische aardappelteelt te verminderen.

De ondertekenaars zijn enerzijds de telers, aardappel kweekbedrijven, boerenkwekers, verpakkers, verwerkers, handel en retail, en anderzijds onderzoekers, landbouwadviseurs en sectororganisaties uit de (biologische) landbouw.

BELANG VAN ROBUUSTE RASSEN
De ondertekening van het convenant, versterkt door de aanwezigheid van de Waalse minister van landbouw Réne Collin, een groot promotor van de biologische landbouw, werd voorafgegaan door 3 sprekers. Alice Soete, van het onderzoeksinstituut CRA-W presenteerde haar werk omtrent rasontwikkeling, Edouard Vermersch van Desmaizières (Agrico France) gaf een uiteenzetting over de genetische achtergrond van phytopthora (aardappelziekte) resistentie en Alex van Hootegem, een biologische teler uit Zeeland, kwam zijn ervaring met de kopervrije aardappelteelt en robuuste rassen delen.

Verschillende deelnemers herhaalden het belang van vergelijkende rassenproeven waarbij het steeds groeiende assortiment aan beschikbare robuuste rassen onder biologische teeltomstandigheden worden getest en gedemonstreerd, idealiter door een onderzoeksinstituut dat dicht bij de boeren staat, zoals in Wallonië het CRA-W, C.A.R.A.H. of CPL-Végémar. Ook Vlaamse Inagro doet reeds vele jaren vergelijkende rassenproeven onder biologische teeltomstandigheden.

Verschillende deelnemers die het convenant nog niet getekend hebben, zoals enkele partijen uit de groot-distributie en enkele kweekbedrijven, zullen in de weken of maanden die volgen benaderd worden en de mogelijkheid krijgen het convenant alsnog te ondertekenen. 

Ook in Frankrijk en Duitsland zou er interesse bestaan voor eenzelfde initiatief op te pakken. De hoop is dat, zoals dat in Nederland het geval was, het convenant de evoluties in de Belgische biologische aardappelsector zal dynamiseren en versnellen en de samenwerkingen zal vergemakkelijken.