Biodynamische landbouw

Ben je biologisch gecertificeerd maar wil je nog wat stappen vooruit zetten? Misschien kan je dan omschakelen naar de biologisch-dynamische landbouw. 

Wie zich in Europa bioboer wil noemen, moet voldoen aan de bepalingen van het Europees biologisch lastenboek. Maar daarnaast bestaat er ook de biologisch-dynamische of BD-landbouw. Die stelt extra normen en richtlijnen. De BD-landbouw heeft met Demeter een eigen internationale label en een eigen lastenboek. Demeter International, de wereldwijde beheerder van dat label, geeft licenties aan regionale organisaties die het lastenboek verder verfijnen tot concrete normen die rekening houden met de lokale situatie en de culturele kenmerken. Voor Vlaanderen en Nederland is dat Stichting Demeter.

PRINCIPES
BD-bedrijven streven naar de opbouw van een volledig agro-ecosysteem. Dat wil zeggen dat het minerale (de bodem), het plantaardige, het dierlijke én de mens in evenwicht zijn op een BD-bedrijf. Een biodyanmisch bedrijf is dus bij voorkeur gemengd. Een quasi volledig plantaardig bedrijf zal op zoek gaan naar een dierlijk aspect: een paar koeien voor de mest of kippen die in het voorjaar de tunnels onkruidvrij houden. Liefst op het eigen bedrijf, maar als het niet anders kan in samenwerking met een ander (BD-)bedrijf in de nabije omgeving.

Bloed- en beendermeel zijn verboden. Bodem en planten worden in de BD-landbouw in hoofdzaak gevoed met mest en compost; de mest moet afkomstig zijn van een biologisch bedrijf. BD-boeren zijn zuinig met dierlijke mest: terwijl het biolastenboek 170 kg stikstof per hectare toestaat, beperkt het Demeter-lastenboek dat tot 112 kg/ha. Ook een ruime vruchtwisseling is vereist met maximaal 50 % rooivruchten en minimaal 16 % groenbemesters.

Voor het uitgangsmateriaal gelden extra regels. Gebruik van hybride rassen is geen evidentie bij BD en bij graanrassen zelfs uitgesloten. Ook rassen afkomstig uit protoplasma- en cytoplasmacelfusietechnieken (CMS-hybriden) zijn verboden. Die technieken zijn immers een vorm van genetische modificatie die door de mazen van het net zijn geglipt bij het bepalen van de wetgeving.

Er zijn ook verdergaande normen omtrent dierenwelzijn en -integriteit. Melkvee wordt niet onthoornd. Dat vraagt extra maatregelen: een aangepaste stal met meer ruimte bijvoorbeeld. Snavelkappen bij kippen gebeurt ook niet. Voor de kippen is een bredere en meer aantrekkelijke binnen- én buitenloopruimte vereist. Bij verwerking zijn een heel aantal handelingen die in bio wel mogen niet toegelaten. 

GROEIPROCES
De biodynamische beweging schenkt ook veel aandacht aan het groeiproces van de boer in relatie tot zijn bedrijf. De Nederlands-Vlaamse BD-Vereniging werkt al sinds 1996 aan het project BD-beroepsontwikkeling. Eerst op individueel bedrijfsniveau, later in groep, en van individuele bedrijfscoaching over intervisiegroepen tot collegiale toetsing van het hele bedrijf.

Het uitgangspunt bij collegiale toetsing is dat de boer eerst een zelfevaluatie uitvoert rond 9 kwaliteitsaspecten (zie afbeelding). Op die basis geven collega-boeren feedback. Niet om een oordeel te vellen, maar om samen na te denken over de verdere ontwikkeling van de BD-kwaliteit op het bedrijf. Daaruit ontstaan dan enkele ontwikkelingspunten waar het bedrijf de volgende twee jaar actief aan zal werken.