Bodem & Bemesting

Biologische boeren gebruiken geen kunstmest of pesticiden. Deze chemische stoffen zijn immers nefast voor de bodem. En het is net die bodem die zo cruciaal is bij biologische of agro-ecologische landbouw. 

Dankzij organische bemesting via compost, dierlijke mest of groenbemesters zorgt de bioboer voor een gezonde, levende bodem. Zo'n bodem zit vol met nuttige bacteriën, een wirwar aan goede schimmels en allerlei ander leven. Samen vormen ze het bodemvoedselweb. Een veerkrachtig bodemvoedselweb is in staat om ziekten en plagen te onderdrukken. Chemische middelen zijn daar dus niet voor nodig. Meer nog, chemie maakt het ontstaan van een stabiel bodemvoedselweb onmogelijk. Het is dus dankzij al dat leven dat de bodem gezond blijft en op zijn beurt in staat is om de gewassen te voeden met de noodzakelijke nutriënten. Die nutriënten zijn immers het resultaat van de afbraakprocessen door het bodemleven. Planten die in wisselwerking staan met het bodemleven zijn sterk en veerkrachtig. Ze hebben een sterk wortelgestel waardoor ze beter om kunnen gaan met bv. droogteperiodes.

Chemische middelen maken
een stabiel bodemvoedselweb onmogelijk. 

GEEN OVERBEMESTING
Via vruchtwisseling zorgt de teler voor voldoende variatie, waardoor de bodem gezond en vruchtbaar kan blijven en ziekten en plagen nog verder onderdrukt worden. Door de wisselwerking met de bodem en het bodemleven is plantaardige teelt op substraat of op hydrocultuur bij volwaardige biologische plantaardige productie niet aan de orde. Substraat is immers dood materiaal en je zou de plant dan weer rechtstreeks moeten voeden met snel en gemakkelijk opneembare meststoffen. Dat leidt tot zwakke, ongezonde planten, wat ingaat tegen de basisbeginselen van biologische productie.

Biologische veehouders vermijden overbemesting en alle milieuproblemen die daaraan verbonden zijn, zoals verzuring. Per hectare wordt niet meer dan 170 kg stikstof uitgestoten via dierlijke mest: dat cijfer ligt wettelijk vast in het biologische lastenboek en wordt streng gecontroleerd. Omgekeerd zal een bioteler nooit meer dan 170 kg stikstof/ha uit dierlijke mest toebrengen. Heel wat biologische veehouders produceren hun eigen veevoeders. Op die manier sluiten ze de kringloop: de mest van hun dieren is geen afvalproduct maar een belangrijke grondstof. Ze brengen het aan op hun akkers, die zo vruchtbaar blijven voor de productie van diervoeders.

INTERVIEWS

Wat betekent MAP 5 voor de biosector - Interview met Kevin Grauwels (VLM)
September 2015 

STANDPUNTEN

BioForum neemt regels opslag stalmest onder vuur
19 november 2014

De ontwikkeling tot MAP V
13 februari 2014

Vragen over onze standpunten? Neem contact op met onze Beleidsmedewerker.

Foto: KVL/Creative Nature, Thierry Beaucarne